Een school in beweging: hoe fietsen een vaste plek krijgt op school
In de Sint-Lutgardisbasisschool in Zandbergen is fietsen een vast onderdeel van de schooldag. Leerlingen oefenen op de speelplaats, verkennen het verkeer in het dorp en fietsen elke week naar het zwembad. Directeur Stefan De Smet vertelt hoe zijn school fietsen stap voor stap vanzelfsprekend maakte.

Jullie zetten sterk in op fietsen en verkeerseducatie. Hoe pakken jullie dat aan?
Bij ons staat zelf doen centraal. Je leert een kind ook niet zwemmen in een klaslokaal, maar in een zwembad. Voor verkeer geldt hetzelfde: dat leer je het best door zelf aan het verkeer deel te nemen.
We combineren verkeerslessen in de klas zoveel mogelijk met praktijkervaring. Daarom gaan we vaak te voet of met de fiets op pad. Dat begint al bij de kleuters. Zij oefenen op fietsparcours op de speelplaats. Vanaf het 1e leerjaar verkennen we te voet het dorp en leren de kinderen over verkeersborden, wegmarkeringen en verkeersregels. Vanaf het 3e leerjaar trekken we ook met de fiets de straat op.

Jullie fietsen elke week naar het zwembad. Hoe is dat ontstaan?
4 jaar geleden startten we met een gezondheidsbeleid. We wilden onze leerlingen meer laten bewegen en besteden ook aandacht aan gezonde voeding en mentale gezondheid.
Het zwembad ligt op ongeveer 5 kilometer van de school. Een afstand die we prima met de fiets kunnen afleggen. Ondertussen fietsen alle leerlingen van het 3e tot en met het 6e leerjaar naar het zwembad. Ook voor andere uitstappen nemen we zoveel mogelijk de fiets.
Dat heeft alleen maar voordelen. Leerlingen bewegen meer, ouders besparen op buskosten en het is beter voor het milieu. Bovendien doen de kinderen onderweg heel wat verkeerservaring op.
Hoe zorgen jullie ervoor dat alle leerlingen veilig kunnen meefietsen?
Voor we met een klas de straat op gaan, oefenen we eerst op de speelplaats. We zetten zelf fietsparcours uit en werkten ook al samen met Flandriens van de Toekomst. We kijken of alle leerlingen voldoende fietsvaardig zijn om veilig in groep te fietsen. Wie extra oefening nodig heeft, krijgt die kans. We moedigen ouders ook aan om thuis te oefenen.
Daarnaast willen we dat iedereen mee kan, ook leerlingen die zelf geen fiets hebben. Daarom hebben we ondertussen een 12-tal schoolfietsen in verschillende maten. De eerste 5 fietsen kochten we met een subsidie uit het burgerbudget van de stad Geraardsbergen. Later kwamen er tweedehandsfietsen bij en schonken ouders ons fietsen die hun kinderen ontgroeid waren.
Ook fluohesjes en fietshelmen zijn verplicht tijdens onze fietstochten. Wie geen helm heeft, mag er 1 van de school gebruiken.
Tijdens de fietstochten krijgen onze leerkrachten hulp van ouders en grootouders. We hebben ondertussen een vaste groep vrijwilligers. Sommige ouders bieden zich zelfs spontaan aan! Ik fiets zelf ook regelmatig mee. Als directeur vind ik het belangrijk om het goede voorbeeld te geven.
Hoe kregen jullie het schoolteam mee?
In het begin moesten we sommige leerkrachten nog overtuigen. Plots vroegen we hen om zelf ook naar het zwembad te fietsen. We legden uit waarom we dat belangrijk vonden en welke voordelen het had. Stap voor stap groeide het enthousiasme. Vandaag staat het hele schoolteam achter onze aanpak. Leerkrachten nemen zelf initiatief en zoeken begeleiders voor de fietstochten.
Ook bij de leerlingen merken we een groot verschil. In het begin was fietsen in groep niet altijd gemakkelijk. Ze haalden elkaar in of hielden nog niet genoeg rekening met andere fietsers. Ondertussen fietsen ze veel vlotter samen. Dat geeft zowel leerlingen als begeleiders meer vertrouwen.

Jullie organiseren ook meerdere strapdagen. Wat doen jullie dan?
We beperken ons niet tot de nationale Strapdag, maar organiseren zelf 3 à 4 strapdagen per schooljaar.
Dan vormen we een grote fietspool. Enkele leerkrachten volgen een vaste route door het dorp en stoppen op afgesproken tijdstippen aan verschillende kruispunten. Ouders en kinderen sluiten onderweg aan. Zo wordt de fietsgroep steeds groter.
Iedereen kan meedoen, van de 1e kleuterklas tot het 6e leerjaar. De jongste kinderen zitten vaak achterop de fiets bij hun ouders.
We fietsen rustig, want het draait niet om snelheid. We willen vooral samen veilig naar school fietsen. Die lange fietsketting trekt ook de aandacht van andere weggebruikers. Automobilisten zien dat er veel kinderen onderweg zijn en houden daar rekening mee.
Tijdens onze laatste strapdag in september kwam maar liefst 4 op de 5 leerlingen met de fiets naar school. Daar zijn we heel trots op!

Tijdens onze laatste strapdag kwam maar liefst 4 op de 5 leerlingen met de fiets naar school. Daar zijn we heel trots op!
Wat is er veranderd sinds jullie meer fietsen?
Fietsen is ondertussen zo gewoon geworden dat bijna niemand er nog bij stilstaat.
In het begin belden ouders bijvoorbeeld weleens als het regende. Ze vroegen of ze hun kind toch niet met de auto moesten ophalen aan het zwembad. Maar we hadden afgesproken dat iedereen regenkledij meenam. Dus fietsten we ook bij regen gewoon terug. Vandaag stelt bijna niemand die vraag nog. Iedereen weet dat we fietsen en houdt daar rekening mee.
Het mooiste vind ik dat we ook oud-leerlingen met de fiets naar hun secundaire school zien rijden. Wat ze bij ons geleerd hebben, blijven ze later toepassen.
We stimuleren ook onze leerkrachten om te fietsen. Vorig schooljaar waren we de 1e school in Geraardsbergen die fietsleasing organiseerde. Meteen stapten 5 leerkrachten in.
Welke tip geef je aan scholen die ook meer willen fietsen?
Doe het vooral niet alleen. Zoek enkele enthousiaste collega's en vorm een kleine werkgroep. Verdeel de taken, werk samen een plan uit en betrek daarna de rest van het schoolteam. Niet iedereen hoeft meteen overtuigd te zijn. Het belangrijkste is dat je zelf achter je ideeën staat en het goede voorbeeld geeft. Als collega's merken dat iets werkt, groeit het enthousiasme vanzelf.


