Doelen Het Grote Voetgangersexamen les 4
- Zichzelf en anderen niet in gevaar brengen als voetganger
- In het echte verkeer:
- oversteken op een zebrapad
- langs een hindernis stappen die het voetpad volledig verspert
- oversteken op een kruispunt zonder zebrapad
- oversteken op een plaats waar geen zebrapad is
- Oversteken op een kruispunt met verkeerslichten
- De aanwijzingen van een gemachtigd opzichter en een agent herkennen en correct opvolgen
- Als voetganger een veilige plaats kiezen op de stoep als er een groot voertuig op de rijbaan staat
- Als voetganger oogcontact maken met een bestuurder die wil afslaan, en wachten op bevestiging van de bestuurder, vooraleer over te steken
Minimumdoelen
9.1.1 De leerlingen kennen de betekenis van volgende verkeersregels en signalen:
- hoe veilig oversteken als er geen voorzieningen zijn.
- fluitsignaal en armgebaren van een politieagent;
- handgebaren van een gemachtigd opzichter;
- waarschuwingssignalen op een spoorwegovergang: knipperende rode lichten en een belgeluid;
- verbodsborden waaronder C3, C11, C19;
- aanwijsborden waaronder F49, F50.
9.1.4 De leerlingen kunnen zich als voetganger en fietser op de openbare weg onder begeleiding verplaatsen en de verkeersregels en signalisaties naleven.
ZILL-DOELEN
OWru7
Als vaardige voetganger of fietser de verkeersregels kennen en toepassen en de veiligheid van verkeerssituaties in de omgeving inschatten.
GO!-DOELEN
3.5.9.3
De betekenis van de aanwijzingsborden verwoorden die voor hen van toepassing zijn.
3.5.9.13
Onder toezicht, zelfstandig en veilig een straat met of zonder voorzieningen oversteken.
3.5.9.14
Onder toezicht, zelfstandig en veilig een kruispunt met verkeerslichten en/of een agent oversteken.
3.5.9.15
Aangeven hoe ze veilig op de berm of het fietspad kunnen stappen als er geen stoep is.
3.5.9.16
Aangeven hoe ze veilig op de rijbaan kunnen stappen als er geen stoep, fietspad of berm is.
3.5.9.17
Onder toezicht, zelfstandig en veilig een T-kruispunt zonder voorzieningen oversteken.
3.5.9.18
Onder toezicht, zelfstandig en veilig een kruispunt zonder voorzieningen oversteken.
3.5.9.35
Aangeven dat ze voorzichtig moeten zijn aan uitritten en bij kruispunten.
3.5.9.43
De bevelen van een politieagent begrijpen.
3.5.9.44
Aangeven dat de bevelen van een politieagent gelden boven verkeerslichten, verkeerslichten boven verkeersborden en verkeersborden boven wegmarkeringen staan.
3.5.9.53
Aangeven dat het gevaarlijk is om over te steken tussen geparkeerde wagens of nabij een heuvel of een bocht.
3.5.9.54
Aangeven dat het veilig is om kort oogcontact te maken met de andere weggebruikers.
OVSG-DOELEN
IDW ver1/ver2 - A.86 Veilig verkeersgedrag vertonen als deelnemer aan het verkeer.
IDW ver1 - B.1 Onder begeleiding veilig op de stoep stappen.
IDW ver1 - B.2 Onder begeleiding oversteken op het zebrapad.
IDW ver1 - B.4 Bij het stappen op de stoep zo ver mogelijk van de straat wegblijven.
IDW ver1 – B.6 Onder begeleiding elementaire verkeersregels toepassen.
IDW ver1 - B.7 Veilig om een hindernis op de stoep heenstappen.
IDW ver1 - B.8 Bij afwezigheid van een stoep op de berm of op het fietspad stappen.
IDW ver1 - B.9 Bij afwezigheid van een stoep, berm of fietspad onder begeleiding aan de linkerzijde van de straat stappen.
IDW ver1 - B.10 Aan verkeerslichten correct oversteken.
IDW ver1 - B.11 De verkeersregels voor fietsers en voetgangers kennen om zich zelfstandig en veilig te kunnen verplaatsen langs een voor hen vertrouwde route.
IDW ver1 - B.12 Onder toezicht zelfstandig en veilig een straat of kruispunt met of zonder voorzieningen oversteken.
IDW ver2 - B.9 De betekenis van verkeersinrichtingselementen in de eigen omgeving, zoals verkeersborden en markeringen, verwoorden en ernaar handelen.
IDW ver2 - B.10 De bevelen van een bevoegd persoon begrijpen en opvolgen.