• Juist reageren op verkeerslichten voor fietsers en verkeerslichten aan een overweg
  • Juist reageren op deze wegmarkeringen: haaientanden, fietsoversteekplaats, fietsopstelvak
  • Weten wat de bevelen van een politieagent betekenen

Minimumdoelen

9.1.1 De leerlingen kennen de betekenis van volgende verkeersregels en signalen:

  • fluitsignaal en armgebaren van een politieagent;
  • waarschuwingssignalen op een spoorwegovergang: knipperende rode lichten en een belgeluid. 

9.1.4 De leerlingen kunnen zich als voetganger en fietser op de openbare weg onder begeleiding verplaatsen en de verkeersregels en signalisaties naleven.

ZILL-DOELEN

OWru7

Als voetganger of fietser gebruik maken van voor hen bestemde voorzieningen op de openbare weg en op openbare plaatsen.

GO!-DOELEN

3.5.9.2

De betekenis van voorrangsborden verwoorden.

3.5.9.14

Onder toezicht, zelfstandig en veilig een kruispunt met verkeerslichten en/of een agent.

3.5.9.43

De bevelen van een politieagent begrijpen.

3.5.9.44

Aangeven dat de bevelen van een politieagent gelden boven verkeerslichten, verkeers­lichten boven verkeersborden en verkeersborden boven wegmarkeringen staan.

OVSG-DOELEN

IDW ver1 - B.14 De verkeersregels voor fietsers in uiteenlopende situaties verwoorden.

IDW ver2 - B.9 De betekenis van verkeersinrichtingselementen in de eigen omgeving, zoals verkeersborden en markeringen, verwoorden en ernaar handelen.

IDW ver2 - B.10 De bevelen van een bevoegd persoon begrijpen en opvolgen.

Terug naar boven