Doelen De Grote Verkeerstoets: herhaling & toets
- Fietssuggestiestrook, parkeerstrook en bushalte herkennen als delen van de openbare weg voor voetgangers en fietsers
- Controleren of hun fiets in orde is
- De aanwijzingen van een gemachtigd opzichter en een agent herkennen en correct opvolgen
- De algemene voorrangsregel 'voorrang van rechts' kennen en toepassen
- Deze verkeersborden kennen:

- Als voetganger een veilige plaats kiezen op de stoep als er een groot voertuig op de rijbaan staat
- Als voetganger oogcontact maken met een bestuurder die wil afslaan, en wachten op bevestiging van de bestuurder, vooraleer over te steken
- Weten dat ze als fietser altijd achter een groot voertuig moeten blijven
- Kunnen uitleggen waarom chauffeurs soms afgeleid zijn
Minimumdoelen
3.7.5 De leerlingen kennen het belang van het onderhouden en herstellen van technische systemen.
9.1.1 De leerlingen kennen de betekenis van volgende verkeersregels en signalen:
- voetgangers op het zebrapad hebben voorrang;
- passagiers van een bus of tram hebben bij het uit- of instappen voorrang;
- een bus, die de bushalte verlaat, heeft voorrang;
- de algemene voorrangsregel ‘voorrang van rechts’;
- de wegmarkeringen: stopstreep, haaientanden, fietsoversteekplaats, fietsopstelvlak;
- gevaarsborden waaronder A21, A41, A47;
- voorrangsborden waaronder B1, B9, B11, B15a, B17, B19, B21;
- gebodsborden waaronder D1a, D1b, D5;
- verbodsborden waaronder C1, C31b;
- aanwijsborden waaronder F14, F45, F111, F113;
- onderborden betreffende fietsen en bromfietsen waaronder M2, M5bis.
9.1.5 De leerlingen kunnen gevarenpictogrammen van materialen en substanties en veiligheidsvoorschriften naleven.
ZILL-DOELEN
OWru7
Als vaardige voetganger of fietser de verkeersregels kennen en toepassen en de veiligheid van verkeerssituaties in de omgeving inschatten
GO!-DOELEN
3.5.9.1
De betekenis van verkeersborden voor de fietsers verwoorden.
3.5.9.2
De betekenis van voorrangsborden verwoorden.
3.5.9.3
De betekenis van de aanwijzingsborden verwoorden die voor hen van toepassing zijn.
3.5.9.28
Aangeven dat ze op het fietspad rechts in de rijrichting moeten fietsen.
3.5.9.29
Aangeven dat ze rechts op de rijbaan moeten fietsen als er geen fietspad is.
3.5.9.39
De voorrang van rechts verwoorden.
3.5.9.54
Aangeven dat het veilig is om kort oogcontact te maken met de andere weggebruikers.
3.5.9.55
Rekening houden met de dode hoek van wagens of vrachtwagens.
OVSG-DOELEN
IDW ver1 - B.11 De verkeersregels voor fietsers en voetgangers kennen om zich zelfstandig en veilig te kunnen verplaatsen langs een voor hen vertrouwde route.
IDW ver1 - B.13 Een veilige fietsuitrusting beschrijven en deze op hun eigen en andermans fiets controleren.
IDW ver2 - B.9 De betekenis van verkeersinrichtingselementen in de eigen omgeving, zoals verkeersborden en markeringen, verwoorden en ernaar handelen.
IDW ver2 - B.10 De bevelen van een bevoegd persoon begrijpen en opvolgen.
IDW ver2 - B.11 Rekening houden met de dode hoek van vrachtwagens en auto’s.