• Deze verkeersborden kennen:

Minimumdoelen

9.1.1 De leerlingen kennen de betekenis van volgende verkeersregels en signalen:

  • voetgangers op het zebrapad hebben voorrang;
  • de wegmarkeringen: stopstreep, haaientanden, fietsoversteekplaats, fietsopstelvlak;
  • gevaarsborden waaronder A21, A41, A47;
  • voorrangsborden waaronder B1, B9, B11, B15a, B17, B19, B21;
  • gebodsborden waaronder D1a, D1b, D5;
  • verbodsborden waaronder C1, C31b;
  • aanwijsborden waaronder F14, F45, F111, F113;
  • onderborden betreffende fietsen en bromfietsen waaronder M2, M5bis.

ZILL-DOELEN

OWru7

Als vaardige voetganger of fietser de verkeersregels kennen en toepassen en de veiligheid van verkeerssituaties in de omgeving inschatten.

GO!-DOELEN

3.5.9.1

De betekenis van verkeersborden voor de fietsers verwoorden.

3.5.9.2

De betekenis van voorrangsborden verwoorden.

3.5.9.3

De betekenis van de aanwijzingsborden verwoorden die voor hen van toepassing zijn

OVSG-DOELEN

IDW ver1 - B.14 De verkeersregels voor fietsers in uiteenlopende situaties verwoorden.

IDW ver2 - B.9 De betekenis van verkeersinrichtingselementen in de eigen omgeving, zoals verkeersborden en markeringen, verwoorden en ernaar handelen.

Terug naar boven