• De juiste plaats op de weg kennen voor voetgangers, fietsers en voortbewegingstoestellen

Minimumdoelen

9.1.1 De leerlingen kennen de betekenis van volgende verkeersregels en signalen:

  • voetgangers op het zebrapad hebben voorrang;
  • de wegmarkeringen: stopstreep, haaientanden, fietsoversteekplaats, fietsopstelvlak;

ZILL-DOELEN

OWru7

Als vaardige voetganger of fietser de verkeersregels kennen en toepassen en de veiligheid van verkeerssituaties in de omgeving inschatten.

GO!-DOELEN

3.5.9.45

Onder toezicht zich als fietser zelfstandig, veilig en hoffelijk verplaatsen op een voor hen vertrouwde route door de verkeersregels toe te passen.

OVSG-DOELEN

IDW ver1 - B.11 De verkeersregels voor fietsers en voetgangers kennen om zich zelfstandig en veilig te kunnen verplaatsen langs een voor hen vertrouwde route.

IDW ver2 - B.9 De betekenis van verkeersinrichtingselementen in de eigen omgeving, zoals verkeersborden en markeringen, verwoorden en ernaar handelen.

Terug naar boven