• Fietsen in een beschermde omgeving en in het echte verkeer:
    • rechts op de rijbaan rijden
    • langs een hindernis rijden
    • links en rechts afslaan
    • voorrang verlenen
  • Zich als fietser verantwoordelijk gedragen en zichzelf of anderen niet in gevaar brengen
  • Als fietser altijd achter een groot voertuig blijven
  • Rekening houden met mogelijke afleiding van chauffeurs in het verkeer

Minimumdoelen

7.1.3 De leerlingen kunnen in bewegingscontexten de KLUSCE-componenten kracht, lenigheid, uithouding, snelheid, coördinatie, evenwicht voldoende lang toepassen (conform de bewegingsdriehoek).

7.1.8 De leerlingen kunnen in bewegingscontexten bewegingen afstemmen op de ruimte (positie, afstand, richting, bewegingsbaan) in onvoorspelbare spelsituaties.

ZILL-DOELEN

OWru7

Als vaardige voetganger of fietser de verkeersregels kennen en toepassen en de veiligheid van verkeerssituaties in de omgeving inschatten.

GO!-DOELEN

3.5.9.36

Op de fiets hun intenties duidelijk maken (bijv. arm uitsteken en oogcontact zoeken).

3.5.9.45

Onder toezicht zich als fietser zelfstandig, veilig en hoffelijk verplaatsen op een voor hen vertrouwde route door de verkeersregels toe te passen.

3.5.9.55

Rekening houden met de dode hoek van wagens of vrachtwagens.

OVSG-DOELEN

IDW ver1 - B.18 In de schoolomgeving en onder toezicht als voetganger of fietser een omloop op veilige wijze afleggen.

IDW ver1 - B.19 Zich als een vaardige fietser gedragen in het verkeer: afslaan naar rechts en links, vlot inhalen en voorbijrijden, kleine hindernissen nemen.

Terug naar boven