• Inzien dat wandelen en fietsen de beste keuzes zijn voor korte verplaatsingen
  • Zichzelf en anderen niet in gevaar brengen als voetganger
  • Zich als fietser verantwoordelijk gedragen en zichzelf of anderen niet in gevaar brengen

Minimumdoelen

2.5.12 De leerling kan informatie uit een cirkeldiagram, staafdiagram of lijngrafiek met twee grootheden aflezen, interpreteren en vergelijken.

3.2.4 De leerlingen weten dat mensen een positieve en negatieve impact kunnen hebben op het ecosysteem.

8.2.6 De leerlingen kunnen een zoekstrategie uitwerken, toepassen en indien nodig bijsturen vanuit de principes van computationeel denken.

ZILL-doelen

OWru7

Als vaardige voetganger of fietser de verkeersregels kennen en toepassen en de veiligheid van verkeerssituaties in de omgeving inschatten.

  • Gevaarlijke verkeerssituaties in de ruimere school- en thuisomgeving lokaliseren en erop anticiperen.
  • Oplossingen bedenken die helpen om ‘verkeersconflicten’ te voorkomen.

OWru9

De voor- en nadelen van duurzame  en niet-duurzame manieren om mensen, dieren en goederen te verplaatsen vergelijken en illustreren.

  • Vaststellen en uitdrukken:
    • welke vervoermiddelen het meest geschikt zijn voor een bepaalde verplaatsing.

MEva3

Digitale informatievaardigheden ontwikkelen.

  • Navigeren en zoeken binnen een digitale toepassing waaronder voor leerlingen bestemde webpagina's, educatieve software …

GO!-doelen

3.5.02

Een kritische houding ontwikkelen ten aanzien van allerlei cijfermateriaal, tabellen, berekeningen waarvan in hun omgeving bewust of onbewust, gebruik (misbruik) gemaakt wordt om mensen te informeren, te overtuigen, te misleiden

3.5.9.48

Op een gemeentekaart de gevaarlijke verkeerssituaties in de ruime schoolomgeving lokaliseren en veilige oplossingen zoeken voor het probleem.

3.5.9.63

Het meest geschikte vervoersmiddel kiezen voor een bepaalde verplaatsing.

OVSG-doelen

IDW ver2 – B.8 Gevaarlijke verkeerssituaties in de ruimere schoolomgeving lokaliseren.

Terug naar boven