• Hand in hand met een volwassene in het echte verkeer:
    • op het voetpad langs de huizenkant stappen 
    • stoppen aan de stoeprand 
    • oversteken op een zebrapad met of zonder verkeerslichten

Minimumdoelen

9.1.1 De kleuters kennen de betekenis van de volgende verkeersregels, afspraken en signalen:

  • zebrapad;
  • verkeerslichten voor voetgangers en fietsers;
  • niet spelen op of bij de straat;
  • als voetganger op het voetpad of op de berm blijven en langs de huizenkant stappen;
  • goed kijken bij het oversteken.

ZILL-DOELEN

MZzo2

Adequaat reageren op zintuiglijke impulsen.

MZrt2

De eigen bewegingen aanpassen aan statische en dynamische objecten door af te remmen, te stoppen, te vertragen, te versnellen en/of door van richting te veranderen, al dan niet met een voorwerp.

GO!-DOELEN

6.2.3.21

Schatten een afstand in en overbruggen die

6.2.3.23

Stoppen, richten en wijzigen de eigen bewegingsbaan afhankelijk van vaste en bewegende voorwerpen en/of andere leerlingen.

OVSG-DOELEN

IDW ver1 - B.1 Onder begeleiding veilig op de stoep stappen.

IDW ver1 - B.4 Bij het stappen op de stoep zo ver mogelijk van de straat wegblijven.

IDW ver1 - B.10 Aan verkeerslichten correct oversteken.

Terug naar boven