• De onderstaande verkeersborden herkennen en ernaar handelen:
  • Gepast reageren op de kleuren van verkeerslichten voor voetgangers.
  • Berm en parkeerstrook herkennen als delen van de openbare weg die gebruikt kunnen worden door voetgangers en fietsers.
  • Fietssuggestiestrook en bushalte herkennen als deel van de rijbaan.
  • Communiceren via oogcontact en lichaamstaal.
  • Het verschil tussen reflecterend en fluorescerend materiaal kennen.
  • Weten waar de haltes van de Lijn en de NMBS zich in de buurt bevinden.
  • Beseffen dat storend gedrag als passagier een bestuurder afleidt en de veiligheid in het gedrang brengt.
  • Langs de veilige kant in en uit de auto stappen.
  • Beseffen dat ze als voetganger niet altijd gezien worden door een bestuurder van een groot voertuig. (Bv. als oogcontact maken niet mogelijk is of de bestuurder afgeleid is.)
  • Zich als voetganger zichtbaar maken voor een bestuurder van een groot voertuig door: opvallende kledij te dragen, rechtstreeks oogcontact te maken/zoeken met de bestuurder, het rechtstreeks oogcontact te bevestigen (bv. zwaaien).