Doelen Loopfietsbrevet les 4
- Stuurvaardigheid oefenen met een loopfiets (tussen kegels, latten ...).
- Het evenwicht leren bewaren op een loopfiets.
- Gepast reageren op visuele (rood, groen ...) en auditieve (fietsbel, fluitje ...) prikkels in het verkeer.
Minimumdoelen
7.1.3 De kleuters kunnen in bewegingscontexten de KLUSCE-componenten kracht, lenigheid, uithouding, snelheid, coördinatie en evenwicht inzetten.
7.1.7 De kleuters kunnen in bewegingscontexten eenvoudige bewegingen afstemmen op de ruimte (positie, afstand, richting, bewegingsbaan).
ZILL-DOELEN
MZrt2
De eigen bewegingen aanpassen aan statische en dynamische objecten door af te remmen, te stoppen, te vertragen, te versnellen en/of door van richting te veranderen, al dan niet met een voorwerp.
MZrt3
Afstanden, bewegingsrichtingen en -banen juist inschatten en de meest efficiënte kiezen.
MZlb6
De voorkeurslichaamszijde, -bewegingsrichting en bewegingsrotatie aanvoelen en deze efficiënt gebruiken.
GO!-DOELEN
3.5.9.1
Met een loopfiets fietsen, sturen en remmen.
6.2.1.6
Via bewegingsopdrachten hun snelheid ontwikkelen.
6.2.3.18
Bewegen in een aangegeven richting (bijv. voorwaarts, schuin …).
OVSG-DOELEN
IDW ver1 - B.15 Voldoende fietsbehendigheid (reactiesnelheid, evenwichtsbehoud en gevoel voor coördinatie) tonen om zich zelfstandig en veilig langs een vertrouwde route te verplaatsen.